
Wet werkelijk rendement
Box 3 vanaf 2028 voor vastgoed
Van een fictief rendement naar belasting over wat je echt verdient. Wat betekent dat voor je verhuurde woning of beleggingspand, en wat is de stand van zaken?
Stand van zaken (oktober 2026)
Het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 is op 12 februari 2026 door de Tweede Kamer aangenomen. De Eerste Kamer heeft nog niet gestemd. Het kabinet heeft aangekondigd het voorstel aan te passen met een novelle; de behandeling daarvan wordt in 2027 verwacht. De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2028.
Details kunnen dus nog veranderen, bijvoorbeeld de hoogte van het heffingsvrije resultaat en het percentage van de vastgoedbijtelling. Onze rekentool laat daarom zowel de huidige regels als het nieuwe stelsel zien.
Hoe vastgoed nu in box 3 wordt belast
In 2026 wordt vastgoed dat geen eigen woning is belast in het forfaitaire stelsel:
- De waarde is de WOZ-waarde. Voor verhuurde woningen met huurbescherming mag je die verlagen met de leegwaarderatio (73% tot 100%, afhankelijk van de huur).
- Over die waarde wordt een fictief rendement van 6,00% verondersteld. Over je schulden mag je 2,70% aftrekken (voorlopig percentage).
- Na het heffingsvrij vermogen van € 59.357 per persoon betaal je 36% belasting over het rendement.
- Is je werkelijke rendement lager, dan kun je dat met de tegenbewijsregeling aantonen. Let op: daarbij telt ook de ongerealiseerde waardestijging mee, waardoor dit bij vastgoed vaak niet gunstiger uitpakt.
Het nieuwe stelsel vanaf 2028
Vanaf 2028 wil het kabinet belasting heffen over het werkelijke rendement, met een aparte regeling voor vastgoed:
- Verhuur je minstens 90% van het jaar, dan wordt de huur jaarlijks belast. Onderhoud, periodieke kosten en rente zijn aftrekbaar.
- Waardestijging wordt niet jaarlijks belast, maar pas bij verkoop (vermogenswinstbelasting).
- Niet verhuurd, zoals een tweede woning voor eigen gebruik: een bijtelling van 3,35% van de WOZ-waarde.
- Beginwaarde: voor woningen die je al bezit in principe de WOZ-waarde met peildatum 1 januari 2028. Koop je later, dan de aankoopprijs.
- Tarief en vrijstelling: 36% over het resultaat boven het heffingsvrije resultaat van € 1.800 per persoon (de novelle kan dit bedrag verlagen).
- Verliezen boven € 500 mag je verrekenen met latere jaren.
Rekenvoorbeeld
Een verhuurde woning met een WOZ-waarde van € 350.000, € 19.800 huur per jaar, € 4.356 kosten en een hypotheek van € 245.000 tegen 5,25% (€ 12.863 rente), zonder ander box 3-vermogen.
| Huidig (2026) | Nieuw (2028) | |
|---|---|---|
| Grondslag | Waarde − schuld boven drempel | Huur − kosten − rente |
| Belastbaar | Waarde € 350.000 − schuld (€ 245.000 − € 3.800) = € 108.800 | € 19.800 − € 4.356 − € 12.863 = € 2.581 |
| Na vrijstelling | € 108.800 − € 59.357 heffingsvrij | € 2.581 − € 1.800 = € 781 |
| Belasting | ≈ € 2.370 per jaar | 36% × € 781 ≈ € 281 per jaar |
Het jaarlijkse verschil kan dus groot zijn bij een gefinancierd pand. Maar bij verkoop betaal je in het nieuwe stelsel 36% over de waardestijging sinds 2028. Of je er per saldo op vooruit gaat, hangt af van de looptijd en de waardeontwikkeling. Dat rekent de tool voor je uit.
Wat kun je nu doen?
- Reken je eigen situatie door met de vergelijking box 3 of BV.
- Wacht met grote stappen zoals inbreng in een BV tot de wet definitief is, tenzij er andere redenen zijn. Inbreng kost opnieuw overdrachtsbelasting.
- Bewaar je administratie: huurcontracten, kosten en rente heb je in het nieuwe stelsel elk jaar nodig.
- Kijk naar je financiering: rente wordt vanaf 2028 volledig aftrekbaar van je huur in box 3. Loopt je rentevaste periode af, bekijk dan je opties.
Bronnen: Rijksoverheid (plannen werkelijk rendement box 3), Tweede Kamer, vakpublicaties. Algemene informatie, geen fiscaal advies.
Veelgestelde vragen
Is de Wet werkelijk rendement box 3 al aangenomen?
Nee. De Tweede Kamer stemde op 12 februari 2026 in met het wetsvoorstel. De Eerste Kamer moet nog stemmen. Het kabinet werkt aan een aanpassing (novelle), waarvan de behandeling naar verwachting in 2027 plaatsvindt. De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2028.
Wordt de waardestijging van mijn woning elk jaar belast?
Nee. Voor vastgoed geldt een uitzondering: de waardestijging wordt pas belast bij verkoop (vermogenswinstbelasting). De huur min kosten en rente wordt wel jaarlijks belast.
Wat als ik mijn woning niet verhuur?
Dan geldt volgens het voorstel een vaste bijtelling van 3,35% van de WOZ-waarde, bijvoorbeeld voor een tweede woning of vakantiewoning voor eigen gebruik. Kosten voor onderhoud zijn aftrekbaar.
Met welke waarde begin ik in 2028?
Voor woningen die je al bezit is de beginwaarde (inbrengwaarde) in principe de WOZ-waarde met peildatum 1 januari 2028. Koop je na die datum, dan geldt de aankoopprijs. De verkoopwinst wordt berekend ten opzichte van die waarde.
Kennisbank
Lees verder in de kennisbank

Leegwaarderatio 2026: tabel, berekening en wat er verandert
Verhuur je een woning met huurbescherming, dan telt in box 3 niet de volle WOZ-waarde mee. Hoeveel korting je krijgt, hangt af van de huur.
Lees artikel
Vastgoed in een BV: wanneer loont het (en wanneer niet)?
Een BV betaalt maar 19% over de eerste € 200.000 winst. Maar zodra je geld privé wilt hebben, komt box 2 erbij. Voor wie loont het echt?
Lees artikel
Box 3 vanaf 2028: wat verandert er voor je verhuurde woning?
Het fictieve rendement van 6% maakt plaats voor belasting over je echte huurresultaat. Voor gefinancierde woningen kan dat jaarlijks veel schelen, maar bij verkoop komt er een rekening bij.
Lees artikelTwijfel je tussen box 3 en een BV?
Een rekentool geeft richting, maar jouw situatie is uniek. Een adviseur van Financieringsgilde Groningen kijkt vrijblijvend mee naar je financiering en stemt de fiscale kant af met je accountant.